Ecologen slaan alarm over vogelstand

Ecologen slaan alarm over vogelstand

Het gaat niet goed met de spreeuw, de boerenzwaluw, de ringmus en nog een dozijn andere insectenetende vogelsoorten. Begin juli luidden Nijmeegse ecologen, onder leiding van hoogleraar Hans de Kroon, de noodklok. In Nature schrijven ze hoe hoge concentraties van het insecticide imidacloprid leiden tot een ecologische ramp. “Een alarmerende situatie.”

Tekst: Myrna Tinbergen
Fotografie: Erik van ’t Hullenaar

Download artikel als pdf

Hoe ontdekten jullie dat er een verband is tussen de afname van boerenlandvogels en het bestrijdingsmiddel imidacloprid?

“Er zijn in Nederland uitstekende gegevens beschikbaar over de verspreiding van dit bestrijdingsmiddel, verzameld door de water­schappen. Wij hebben onze verspreidingsgegevens van vogelpopulaties daaroverheen gelegd. Dan blijkt dat op de plekken in Nederland waar het slecht gaat met de boerenlandvogels ook veel gif voorkomt in het oppervlakte­water. Zeker honderd tot duizend keer boven de norm. Er is dus een correlatie met de vogelstand.”

Zo’n correlatie zegt nog niets over een oorzakelijk verband.

”Wij weten natuurlijk ook dat er andere factoren in het spel kun­nen zijn, zoals meer bebouwing of de aanwezigheid van bloem­bollenvelden of braakliggend terrein. Gemeentes houden gegevens bij over landgebruik en die hebben we allemaal in onze analy­ses meegenomen. Het vergif bleek veruit de best verklarende factor. Imidacloprid wordt pas sinds 1995 in Nederland gebruikt, voor die tijd zagen we een ander patroon. Toen wisten we dat we echt iets in handen hadden. Het is nog geen oorzakelijk verband, maar wel een alarmerende situatie.”

Hoe komt het bestrijdingsmiddel breed in het ecosysteem terecht?

“Grote proporties van het gif verstuiven of spoelen weg in de bodem. Slechts vijf procent komt terecht in de plant. Imidacloprid is gericht op het zenuwstelsel van insecten, dat heel anders in elkaar zit dan bij vogels of mensen. Maar als er zoveel terechtkomt in het oppervlaktewater, beïnvloedt het vermoedelijk ook allerlei andere insecten, ook in de bodem. Het middel blijft bovendien vrij lang in het milieu aanwezig en wordt heel langzaam afgebroken door de natuur. Voor het hele­maal weg is, ben je heel wat jaren verder. Wij denken dat het effect op vogels via verhongering gaat door een tekort aan insecten, maar het kan ook door directe vergiftiging komen. Dat moet verder worden onderzocht.”

Moet dit middel dus als de wiedeweerga de wereld uit?

“Wij voelen ons niet geroepen en ook niet gekwalificeerd om een standpunt in te nemen over het gebruik van dit insecticide. Wij doen onderzoek naar bio­diversiteit van het ecosysteem en het voorkomen van soorten. Vanuit onze kennis over vogels kwamen we uit op dit gif als grote boosdoener. Hoe het precies werkt, weten we niet, want dat vereist toxicologisch onderzoek en dat is niet ons pakkie­an. Maar we willen onze alarmerende bevindingen wel doorgeven. Wij hebben onze wetenschappelijke plicht vervuld, het woord is nu aan de politiek.”

Dat klinkt wel erg voorzichtig…

“De discussie rond imidacloprid is enorm gepolariseerd en daarbij past vanuit onze expertise zorg­vuldigheid. Maar we vinden wel dat er iets moet gebeuren, laat dat duidelijk zijn. Toch komt de druk niet vanuit ons onderzoe­kers, maar vanuit de politiek. Ik ben heel blij dat de dag na onze Nature­-publicatie al Kamer­vragen werden gesteld en dat staatssecretaris Dijksma het meteen in Brussel heeft aange­kaart. Wij zien natuurkapitaal wegglijden op bepaalde plaatsen, en ik wens de beleidsmakers veel wijsheid om onze informatie op een verstandige manier mee te nemen in de besluitvorming.”

In de tijd van DDT waren het wetenschappers die het voortouw namen in het verzet ertegen. U ziet die rol niet voor uzelf weggelegd?

“In de strijd tegen DDT waren er nog nauwelijks milieubewegingen, nu wel. Laat het actievoeren over aan natuurbeschermingsorgani­saties als de Vogelbescherming, Greenpeace of Milieudefensie. Onze taak is het om de feiten naar buiten te brengen en toe te lichten, ook om zodoende het debat te voeden.”

De farmaceutische industrie, met Bayer voorop, reageerde als gestoken.

“Bayer was niet blij en reageerde onmiddellijk in een persbericht dat onze studie geen causaal verband aantoont tussen imidacloprid en de vogelstand. Die reactie is wel een beetje flauw, want voor het aantonen van zo’n causaal verband zijn gecontroleerde experimenten in het lab nodig. Wij hebben nu juist gekeken naar de situatie in het veld en een correlatie gezien die niet op een andere manier te verklaren is. En dat mag iedereen zorgen baren.”